Voorbeelden aantal punten in de leefeenheid

Voorbeeld 1
Thomas woont bij zijn ouders. Hij heeft 1 zus die hoger onderwijs volgt en 1 broer die in de lagere school zit. Thomas zit in zijn laatste jaar hoger onderwijs. De 3 kinderen zijn fiscaal ten laste van hun ouders. Er zijn 5 punten in de leefeenheid: 3 kinderen fiscaal ten laste, 1 punt hoger onderwijs (2 studenten hoger onderwijs – 1) en 1 punt omdat Thomas student ten laste is.

Voorbeeld 2
Marlies is bij haar ouders gedomicilieerd. Zij staat echter in voor haar eigen studiekosten en heeft een beroepsinkomen. Zij is zelfstandig student en heeft geen kinderen. Er zijn 0 punten in de leefeenheid.

Voorbeeld 3
Mathias woont bij zijn moeder en haar nieuwe partner. Zijn moeder is niet gehuwd noch wettelijk samenwonend met haar nieuwe partner en ze hebben geen gemeenschappelijke kinderen. De 3 kinderen zijn fiscaal ten laste van hun moeder. Mathias heeft 2 broers in het secundair onderwijs. Zijn moeder ontvangt een werkloosheidsuitkering en de nieuwe partner werkt. Er zijn 3 punten in de leefeenheid: 3 kinderen fiscaal ten laste,
1 punt omdat Mathias student ten laste is én min 1 punt omdat er een niet-verwant is die over een inkomen beschikt.