Je bent ‘alleenstaand student’ als je op 31 december 2019 niet tot één van de voorgaande leefeenheden behoort en je in één van de volgende situaties verkeert:

  • je ontvangt een leefloon op basis van een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie en je bent niet bij je ouder(s) gedomicilieerd;
  • je beide ouders zijn overleden;
  • je bent halve wees: je woonde na de echtscheiding van je ouders bij één van hen, die ouder is overleden en je bent niet bij de andere ouder gaan wonen;
  • je bent door je kinderbijslagfonds/uitbetaler Groeipakket erkend als verlaten wees;
  • je woont zelfstandig en wordt begeleid door een begeleidingstehuis, een gezinstehuis of een dienst voor begeleid zelfstandig wonen;
  • je bent/was opgenomen in een begeleidingstehuis, een gezinstehuis of valt onder begeleid zelfstandig wonen;
  • je werd door een dienst voor pleegzorg in een pleeggezin geplaatst en je valt door je meerderjarigheid niet langer onder de bevoegdheid van een jeugdrechtbank of van een publiekrechtelijke overheid of instelling;
  • je ouder(s) is/zijn ontzet uit het ouderlijke gezag;
  • je behoort tot een bepaalde categorie van buitenlandse studenten (bv. erkend vluchteling).

Je studietoelage zal worden berekend op basis van jouw referentie-inkomen (STAP 3).

Bevind je je niet in één van de voorgaande situaties dan kom je alsnog in aanmerking voor de leefeenheid ‘student ten laste’, zelfs als je een apart domicilie hebt.