Vanaf de leeftijd van 18 jaar is iedere inwoner van België verplicht om jaarlijks een aangifte van de personenbelasting in te dienen.
Dit geldt zowel voor jobstudenten, werknemers, zelfstandigen en mensen met een vervangingsinkomen.
De aangifte vormt een overzicht van je inkomsten en eventuele aftrekposten. Op basis daarvan wordt berekend of je voldoende belastingen betaalde, moet bijbetalen of juist geld terugkrijgt.
Als je inkomen op jaarbasis te hoog is, ben je niet meer fiscaal ten laste en zullen je ouders het belastingvoordeel voor jou verliezen.
Afhankelijk van hoeveel je verdient, moet je al dan niet zelf belastingen betalen.
Belastingvermindering voor ouders
Fiscaal ten laste van je ouders
Je bent fiscaal ten laste van je ouder(s) in 2026 als
- je nettobestaansmiddelen van dat jaar niet hoger zijn dan €12 300;
- je op 1 januari 2027 deel uitmaakt van het gezin van je ouder(s).
Bestaansmiddelen zijn alle regelmatig of toevallig verworven, belastbare en niet-belastbare inkomsten die een persoon tijdens een inkomstenjaar krijgt en waarvan hij of zij het wettelijk genot heeft. Voorbeelden hiervan zijn wedden en lonen uit arbeid, ziekte- en werkloosheidsuitkeringen, leefloon, doctoraatsbeurzen,… Je vindt de volledige lijst van bestaansmiddelen hier terug.
Als je nettobestaansmiddelen hoger liggen dan bovenvermeld bedrag, ben je niet meer fiscaal ten laste van je ouder(s). Je ouder(s) zullen voor jou geen belastingvermindering meer krijgen.
De belastingvermindering is groter als er meer kinderen ten laste zijn en is ook afhankelijk van de burgerlijke staat van je ouder(s) en van de hoogte van de gemeentebelasting.
Het bedrag van de belastingvermindering ligt tussen € 532 tot € 3 535 per kind.
Met de simulatiemodule Tax-Calc kan je berekenen hoeveel de belastingvermindering voor jouw gezin bedraagt.
Als je ouder(s) weinig belastingen verschuldigd zijn, krijgen ze niet altijd belastingvermindering voor alle kinderen. Als fiscale compensatie kunnen zij een belastingkrediet krijgen van maximaal € 580 per kind, op voorwaarde dat een belastingaangifte wordt ingediend
Bereken je nettobestaansmiddelen
Op de website van FOD financiën vind je een handige rekenhulp om zelf te controleren of je ten laste kan blijven.
Hoe vul je de rekenhulp in?
- Vul de inkomsten in bij de verschillende categorieën.
- Bezoldigingen en lonen: dit gaat om alle bezoldigingen die aan jou worden uitbetaald en die vermeld staan op de samenvattende fiche nr. 281.10. Ook vakantiegeld en bijkomende premies en toeslagen zoals een fietsvergoeding moet je optellen bij jouw loon.
- Duid goed aan om welk type overeenkomst het gaat. Inkomsten uit een studentenarbeidsovereenkomst of inkomsten als student-zelfstandige krijgen een mooi voordeel in de berekening. Je ziet dit voordeel verschijnen bij het veld ‘Vrijstelling’. Voor het inkomstenjaar 2026 gaat het om een voordeel van € 7 010.
- De rekenhulp zal ook nog een forfaitair bedrag aftrekken als er geen werkelijk bewezen kosten worden aangetoond met bewijsstukken. Dit bedrag zie bij je het veld ‘Forfaitaire kosten’.
Concreet gaat het om een forfaitaire kost van 20 %, met een minimum van € 580. - Heb je bv. een onderhoudsuitkering of een leefloon van het OCMW ontvangen? Vul ook deze categorieën in als dit nodig zou zijn. Deze inkomsten worden ook opgenomen in de berekening.
- Groeipakket/kinderbijslagen en studiebeurzen die niet onderworpen zijn aan RSZ tellen niet mee.
Je nettobestaansmiddelen bereken je als volgt:
| 1) Tel het belastbaar loon* dat je verdiende met een studentencontract en het belastbaar inkomen verdiend met het statuut student-zelfstandige op. De eerste € 7 010 tel je niet mee. 2) Tel het belastbaar loon dat je verdiende met een ander contract en het belastbaar inkomen als zelfstandige (zonder het statuut van student-zelfstandige) op. 3) Tel 1 en 2 samen en trek van dit bedrag 20% af met een minimum van € 580. = Tussentotaal A |
| Tel je leefloon, ziekte-, werkloosheidsuitkering, doctoraatsbeurzen… op. Trek van dit bedrag 20% af. = Tussentotaal B |
| Tel het alimentatiegeld, dat voor jou wordt betaald, op. De eerste € 4 200 tel je niet mee. Trek van dit bedrag 20% af. = Tussentotaal C |
| A + B + C = nettobestaansmiddelen |
*belastbaar loon: neem het brutobelastbaar bedrag van alle inkomsten die je in het inkomenjaar 2025 hebt ontvangen. Dat wil zeggen de bedragen van de inkomsten zoals je ze ontvangen hebt na aftrek van de sociale zekerheidsbijdrage of solidariteitsbijdrage. Tel daarbij de ingehouden bedrijfsvoorheffing op. Ook vakantiegeld, bijkomende premies en toeslagen zoals een fietsvergoeding moet je optellen bij jouw loon.
Als je achterstallig loon ontvangt van een tewerkstelling in een vorig kalenderjaar, wordt dit meegeteld in het kalenderjaar dat je de betaling hebt ontvangen.
Groeipakket/kinderbijslag en studiebeurzen (zoals de studietoelagen van de Vlaamse overheid) worden niet meegerekend.
Voorbeeld berekening nettobestaansmiddelen 2026.

Zelf belastingen betalen
Niet fiscaal ten laste zijn, betekent niet automatisch dat je zelf belastingen moet betalen.
Je moet pas belastingen betalen als je nettobelastbaar inkomen van 2026 hoger is dan € 11 180.
Je betaalt enkel belastingen op het gedeelte boven dit bedrag. Als je werkgever bedrijfsvoorheffing heeft afgehouden, kan je deze volledig of gedeeltelijk terugkrijgen na controle door de belastingdienst.
Het is verplicht om je belastingaangifte in te dienen.
Je nettobelastbaar inkomen bestaat uit:
- je inkomen als werknemer
| Voorbeeld | ||
| Brutobelastbaar | Op een loonbrief terug te vinden als ‘belastbaar loon’. | € 9 300 |
| Beroepskosten | Om een beroep uit te oefenen, maak je kosten. De belastingdienst past daarom een forfaitaire aftrek toe op het brutobelastbaar inkomen uit arbeid. Forfaitaire aftrek 2026 30% tot € 20 233,32 Deze bedraagt maximaal € 6 070. Als je veel kosten hebt, kan je er voor kiezen om de werkelijke beroepskosten aan je belastingaangifte toe te voegen. | – € 2 790 |
| Nettobelastbaar = brutobelastbaar – beroepskosten | € 6 510 | |
- 80% van de onderhoudsgelden die voor jou in 2026 betaald werden, ook al heb je deze niet zelf ontvangen.
Bv. je ouder heeft in 2026 maandelijks €250 onderhoudsgeld ontvangen. De voor jou bestemde onderhoudsgelden (€250 x 12 x 80% = €2.400) maken deel uit van je nettobelastbaar inkomen van 2026. - eventuele andere inkomsten (bv. inkomsten als zelfstandige, ziekte- en werkloosheidsuitkering) die bij je nettobelastbaar inkomen worden geteld.
Meer informatie
- bij je plaatselijk belastingkantoor
- FOD Financiën

Enkele veelgestelde vragen
Moet ik als student een belastingaangifte indienen?
Ja, vanaf de leeftijd van 18 jaar ben je verplicht om jaarlijks een belastingaangifte in te dienen, ongeacht je inkomstenbron. Je kan jouw aangifte indienen via Myminfin.
Blijf ik fiscaal ten laste van mijn ouders als ik werk?
Je bent fiscaal ten laste van je ouder(s) in 2026 als:
- je nettobestaansmiddelen van dat jaar niet hoger zijn dan een bepaald bedrag;
- je op 1 januari 2027 deel uitmaakt van het gezin van je ouder(s).
Hoe bereken ik mijn nettobestaansmiddelen?
Je netto bestaansmiddelen zijn je totale inkomsten minus bepaalde vrijstellingen en aftrekken.
- De eerste €7 010 van je studentenjob worden niet meegerekend.
- Er wordt een forfaitaire aftrek van 20% toegepast met een minimum van €580.
Gebruik de berekeningstool om je netto bestaansmiddelen te berekenen.
Wanneer moet ik zelf belastingen betalen?
Je betaalt pas belastingen als je nettobelastbaar inkomen in 2026 hoger is dan €12 300.
Wat zijn de gevolgen als ik meer verdien dan de belastingvrije som?
Je moet pas belastingen betalen als je nettobelastbaar inkomen van 2026 hoger is dan € 11 180. Je betaalt enkel belastingen op het gedeelte boven dit bedrag.